Geschreven door: Stefanie Weber

Er is in Nederland wellicht nog nooit zoveel aandacht besteed aan de Tweede Kamer verkiezingen als nu. En terecht: er zijn veel belangrijke onderwerpen die aan bod komen tijdens de debatten en promoties voor de verkiezingen van 15 maart. In een serie blogartikelen bekijkt Networking4all de standpunten van de vijf grootste politieke partijen (GroenLinks, SP, CDA, D66 en VVD) over vijf onderwerpen binnen het internet en de privacy. (De PVV is niet meegenomen in deze vergelijking, omdat deze thema’s niet worden besproken in het verkiezingsprogramma.)

We vervolgen onze serie over de verkiezingen door de opinie van de vijf partijen over het beschermen van digitale communicatie onder de loep te nemen. Hieronder verstaan we niet alleen e-mail en chats, maar ook sociale media en communicatie-apps zoals Whatsapp.
De bescherming van digitale communicatie is momenteel slecht geregeld doordat Artikel 13 van de Grondwet is verouderd. Het brief-, telefoon- en telegraafgeheim omvat geen digitale communicatiemiddelen zoals e-mail en sociale media. Het afzwaaiende kabinet is het traject gestart om Artikel 13 te wijzigen, maar een grondwetswijziging kost veel tijd.

Uit de verschillende verkiezingsprogramma’s valt op te maken dat de vijf grootste partijen ieder een eigen insteek hebben over de specifieke invulling.

VVD
De VVD stelt dat het de overheid niks aangaat wat u thuis, op uw werk of op uw computer doet. Het recht op privacy is echter niet absoluut. Alleen ten tijde van een gerichte opsporingsactiviteit betreffende een veiligheidskwestie zou de communicatie mogen worden afgetapt. “De veiligheid van Nederland en van individuele Nederlanders staat dan immers voorop.”

D66
De partij van lijsttrekker Alexander Pechtold beschouwt encryptie als het briefgeheim van de 21e eeuw. D66 ziet de versleuteling van persoonsgegevens, bedrijfsgeheimen en overheidsdocumenten als concrete oplossingen. Zo kunnen op een veilige wijze gegevens met elkaar worden verwisseld. Daarnaast ziet D66 een rol voor Nederland als leider in internationale afspraken over het met rust laten van internetprotocollen, zodat de veiligheid van het internet ook behouden wordt.

CDA
De CDA wil de bevoegdheid van de AIVD, politie en justitie verruimen om vervolgens gegevens van criminelen te kopiëren of communicatie af te tappen. Het onderscheppen en ontsleutelen van communicatie moet volgens de partij wel hand in hand gaan met extra bescherming van de privacy.

SP
De SP gaat mee in de plannen van het huidige kabinet. In hun verkiezingsprogramma pleit de partij ervoor dat e-mails, persoonlijke berichten en andere privécommunicatie op het internet dezelfde (grondwettelijke) bescherming krijgen als de papieren post nu heeft.

GroenLinks
Ook GroenLinks sluit zich aan bij de bestaande plannen. Daarnaast wil lijsttrekker Jesse Klaver dat de bewaarplicht voor telecom- en internetgegevens wordt afgeschaft. Vervolgens zullen opsporings- en veiligheidsdiensten de bevoegdheid krijgen om, met toestemming van de rechter, gegevens van verdachten te bekijken en te bewaren.

De politieke partijen bespreken bescherming van digitale communicatie ieder op een geheel eigen manier. De partijen lijken het met elkaar eens te zijn dat de huidige wetgeving nog te weinig rekening houdt met de snelheid van vernieuwing in een digitale samenleving. Slechts één partij, D66, benoemt encryptie als een belangrijk onderdeel van deze bescherming. Partijen als de VVD en het CDA blijven vaag over hun aanpak en lijken in hun partijprogramma meer te denken aan de bevoegdheden van politie en justitie voor het bestrijden van criminaliteit dan aan de bescherming van de gemiddelde burger. SP en GroenLinks lijken pal achter de aanpassing van de grondwet te staan.

In ons volgende blogbericht bekijken we de standpunten van de partijen wat betreft digitale overheid.

Bronvermelding:
– SP, “Programma voor een Sociaal Nederland”, p. 39.
– VVD, “Zeker Nederland”, p. 97.
– GroenLinks, “Tijd voor Verandering”, p. 65-66.
– D66, “D66 Verkiezingsprogramma 2017-2021”, p. 128-129.
– CDA, “Keuzes voor een beter Nederland”, p. 30.


Deel artikel via: